“Waarom zet je de auto aan deze kant? We parkeren altijd aan die kant!”
Ja dat is waar denk ik, ik sta hier een beetje vreemd met de auto. En het is nogal rottig om de buggy en andere spullen uit de achterbak te pakken als je achterwaarts ingeparkeerd staat…
We staan altijd op de eerste verdieping en dan aan de rechterkant van de parkeergarage P2 van het AMC.
Ik was deze routine een beetje vergeten, want het is al wel weer 2 maanden terug dat we hier waren.  Ik rij de auto rechtdoor zodat deze in onze vertrouwde rij aan de andere kant, dat voelt toch beter.

We moeten een halve verdieping omhoog met de lift, en altijd is dat met de linkerlift.
Dan moeten we door de tunnel, die de parkeergarage met het ziekenhuis verbindt, waarvan ze het tapijt toch echt eens moeten vervangen. De geur is niet te doen dus ik probeer altijd met zo min mogelijke ademhalingen er doorheen te lopen.

Vijftien stappen nadat je binnen bent staan er rechts een rij stoeltjes.
Voor de transplantatie was dat de eerste stop om Ruben zijn voeding te geven want hij had immers al een uur niks gehad dus we liepen al een half uur achter. Gelukkig kunnen we die nu overslaan.

We lopen door naar het grote plein waar het altijd druk is met patiënten en bezoekers maar voornamelijk zijn er veel witte jassen.
Ruben wijst naar de ramen boven de Starbucks. “Daar is toch de operatiekamer, mama?”
Elke keer als ik het plein op loop is het een beetje beklemmend en krijg ik er een raar naar gevoel in mijn buik van.  We steken schuin over en nemen de eerste lift naar de eerste verdieping om naar Radiologie te gaan.
Eens in de zoveel tijd moet er een echo gemaakt worden en nu was het weer die tijd.
Altijd worden we veel later dan onze afspraaktijd binnen geroepen.
Onze gespierde spijker gaat op bed liggen, ik zit in de stoel naast hem om zijn handje vast te houden.  Noor zit naast mij en Mariek daarnaast.
Als de dokter komt fluistert hij nog snel naar me; “Wel mijn handje stevig vasthouden hè.”
“Tuurlijk, vent!” En ik pak met 2 handen zijn handje stevig vast.
De dokter gaat beginnen en Noreh kijkt mee op het scherm en haar ogen worden steeds groter.
“Waar kijkt de dokter naar? Je ziet toch niks?” zegt ze.
We leggen uit dat als je heeeeel lang naar school gaat dat je er dan wel pap van kan maken wat je op dat beeldscherm ziet.
“Sommige mensen zien de zee op het scherm.” vertelt de dokter. “Of ze zien een schildpad! Wat zie jij Ruben?”
Hij kijkt naar het scherm en zegt; “Ik zie een piemel!” En lacht hard om zijn eigen grap. Als de dokter klaar is mag hij een kaartje met een mooi plaatje uitzoeken, en omdat hij het supergoed gedaan heeft mag Noor er ook één uitzoeken!

Een controle zonder bloedafname is geen controle. Eerst moeten we naar de poli om de lab-aanvragen en het urinepotje op te halen. Ruben zegt al even de vissen gedag en we lopen van de poli af.
Om het hoekje van de poli sprayen we zijn armen in met bananenspray waarvan we hopen dat die een beetje verlichting geven als hij geprikt wordt. Vanaf daar doen hij en ik altijd een wedstrijdje naar de schuifdeuren van het lab. Ik moet elke keer beter mijn best doen, maar het is niet genoeg want hij wint altijd!
Thuis zei hij dat hij niet gaat huilen en dat doet Ruben dan ook niet, zelfs niet als de prikster de naald iets moeten bewegen omdat hij niet goed zat. Hij bijt even op zijn tanden en zegt dan; “Zie je wel, ik zei toch dat ik niet ging huilen! Kom Noreh, high five!” En promt doet hij een high five met Noor terwijl ze nog bloed aan het afnemen zijn!
Als dit klaar is dan krijgt hij een knipje in zijn prikkaart, bij 5 knipjes mag je een cadeautje uitzoeken. Maar altijd mag je ook hier een kaartje met een mooi plaatje uitzoeken. Hemel te rijk is Ruben, want hij heeft deze dag al 2 kaartjes gescoord!

Na het prikken slaan we altijd gelijk linksaf naar het halve hert, een maf kunstwerk welke Ruben grappig en Noor maar eng vindt. Daar ontsmetten we onze handen en geven we de medicijnen.
Op de poli is het altijd wachten en in de tussentijd lezen we een boekje voor en eten we wat. Als de banaan tevoorschijn komt dan moet ik altijd doen alsof ik een hapje van zijn banaan wil stelen. Die plek was de enige plek waar hij banaan at maar sinds kort vraagt hij er ook thuis om en gaan we zelfs proberen om het mee te geven naar school!!

Voor we bij de dokter naar binnen gaan moet er gewogen en gemeten worden.
Bij het bloeddruk meten is er altijd twijfel welk bandje nou eigenlijk om zijn arm moet.
Bij de dokter zit Mariek altijd op de eerste stoel en ik bij het raam, Ruben zit ertussen of soms aan de kopse kant.
Van kleins af aan speelt hij daar met ronde blokringen die je kan stapelen. In de tijd zijn er wel wat ringen verdwenen maar hij vindt ze nog steeds leuk.
De dokter vraagt aan Ruben of hij al meer eet dan broodje pindakaas. Of hij al meer fruit eet dan die ene banaan in de wachtkamer of aardappelen en groente.
Ruben schudt zijn hoofd.
“En spagetti dan?”
“Gadverdamme!” roept hij ineens uit. De dokter verschiet nog net niet van kleur en met de hand voor haar mond zegt ze tegen haar assistente: “Zei Ruben nou godverdomme?”
Tja, soms is hij niet helemaal lekker te verstaan dus ik snap het wel, het scheelt immers ook maar 2 letters.
We moeten allemaal onwijs lachen en meneer laat ook nog een dikke scheet en moet nog harder lachen. Mariek en ik hopen dat de dokter en de assistente het niet gehoord hebben en zo wel, dat ze dan hebben gedacht dat het de stoel was die naar achteren schoof.
Nadat we de medicijnenlijst hebben doorgenomen en de recepten daarvan in de tas zitten is het tijd dat de dokter Ruben lichamelijk onderzoekt.
Ze vraagt aan Ruben waar ze mee zullen beginnen maar ze weet het antwoord al.
Ruben wil altijd dat de dokters in zijn oren kijken en daarna volgt de rest van het onderzoek.

Als we van de poli aflopen gaan we altijd links naar de wc’s en daarna zetten we weer koers naar het plein.
Tegen beter weten in lopen we al een half jaar eerst schuin over om in het kleine winkeltje te kijken of de pistolet Carpaccio weer in het assortiment terug is. Helaas nog steeds niet. Maar we geven de hoop niet op. Volgende keer gaan we gewoon weer kijken!
We steken terug over het plein en lopen voorbij de Starbucks naar de Appie to Go.
Als Noreh mee is dan is dat het grote beloonmoment want bij de ingang van de Appie to Go staat zoveel lekkers uitgestald dat ook ik mijzelf moet inhouden om niet te kwijlen.
Grote stroopwafels, luikse wafels, muffins, koffiekoeken….te veel om op te noemen!
En het is niet alleen Noreh haar beloonmoment, het is ook die van ons maar Mariek en ik houden ons in en nemen netjes een broodje.
Noor en Ruub kiezen wat lekker uit de koekhemel. Om het af te maken neemt Noor er een lekkere smoothie bij, Ruben chocomelk en wij een latte caramel. En echt serieus, deze is bij de Appie veel lekkerder dan die van de Starbucks!

Met al ons lekkers lopen we naar een gang tussen de pleinen in, daar zijn wat muren met uitsparingen waar de kinders tussen het eten door op kunnen klimmen en klauteren en waar wij kunnen genieten van ons beloonmoment.

Daarna hobbelen we weer terug naar de parkeergarage waar de auto aan de vertrouwde kant staat, kunnen we de buggy er makkelijk in leggen omdat we vooruit ingeparkeerd staan en de terugreis kan weer beginnen.
Over de snelweg aan de linkerkant, dat is mijn vaste routine 😉

Advertenties